Hoe reflectoren werken
De reflector richt het licht op de juiste plek en zorgt voor de gewenste lichtverdeling. De vorm en het oppervlak van de reflector bepalen hoe het licht wordt gestuurd.
De vorm van de reflector bepaalt waar het licht wordt weerkaatst
Deze vorm is vaak gebaseerd op een parabool, een cirkel of een ellips, en is de component met de grootste invloed op de lichtopbrengst. Hij kan ook bestaan uit rechte, concave of convexe oppervlakken (zoals te zien is in de onderstaande afbeelding). Het gewenste eindresultaat wordt meestal bereikt door een combinatie van deze geometrieën.
Spiegelbeeld van parallelle stralen die op een vlak oppervlak (parallelle stralen), een concaaf oppervlak (convergente stralen) en een convex oppervlak (divergente stralen) vallen.
Reflectoren hebben doorgaans een kruisend lichtpad, wat betekent dat het licht dat aan de ene kant wordt gereflecteerd, bijdraagt aan de lichtverdeling aan de andere kant. De onderstaande afbeelding toont een aantal reflectoren voor lineaire toepassingen met elkaar kruisende stralen. Onder elk type reflector wordt een bijbehorende basislichtverdeling getoond. Het is echter de juiste combinatie van vorm en oppervlak van de reflector die het gewenste resultaat oplevert.
Het oppervlak van de reflector bepaalt hoe het licht wordt weerkaatst
De reflector is meestal gemaakt van gecoat aluminium of kunststof. De oppervlaktecoating kan ook bestaan uit metalisatie of verf, afhankelijk van de eisen op het gebied van energierendement en visuele uitstraling.
Wanneer licht op een oppervlak valt, kan het geheel of gedeeltelijk worden gereflecteerd
Het percentage licht dat wordt gereflecteerd, hangt af van de reflectiegraad van het oppervlak – bij de reflectoren van Fagerhult ligt dit doorgaans tussen 80% en 98%. Naast de hoeveelheid gereflecteerd licht speelt ook de manier waarop het licht wordt verstrooid (diffusie) een belangrijke rol. Diffusie of verstrooiing beschrijft de manier waarop het licht zich na weerkaatsing verstrooit. We onderscheiden:
- Spiegelende oppervlakken: Vrijwel geen verstrooiing; het licht wordt weerkaatst alsof het van een spiegel komt (bijvoorbeeld een hoogglans gepolijst oppervlak).
- Diffusieoppervlakken: Het licht wordt in alle richtingen verstrooid (bijvoorbeeld op een mat wit geëmailleerd oppervlak).
Voor spiegelende oppervlakken geldt de wet van de reflectie: De invalshoek is gelijk aan de reflectiehoek voor elke lichtstraal. Deze spiegelende weerspiegeling speelt een cruciale rol bij het ontwerp van verlichtingsarmaturen.