Lichtoplossingen

Bent u op zoek naar inspiratie of ondersteuning, dan bent u op deze pagina op de goede plek.

Wij zijn actief op vele gebieden. Klik op onderstaande links om direct door te gaan naar onze oplossingen voor het verlichten van talrijke toepassingen.

Kantoor | Retail | Buitenruimtes rondom het pand | Onderwijs Health & Care | IndustrieSport

 

 

Kennis Centrum

EN12464-1

Dit is de  Europese norm voor lichtplanning van werkplekken. Lees hier meer over en hoe deze norm opgevolgd moet worden.

Lees meer

 

Lichtplanning

Wij bieden lichtadvies op maat, waarbij elk armatuur een functie heeft. Wij reiken u een aantal tools aan voor een professioneel lichtontwerp.  

 Lees meer

 

e-Learning

Een reeks korte video’s waarin enkele belangrijke facetten in de verlichtingsindustrie in besproken worden. Na afloop ontvangt u een certificaat.

Lees meer

 

LED

De nieuwe norm van licht. Vind hier informatie over efficiëntie, levensduur, flikkering, drivers, MacAdams en kleurtemperatuur.

 Lees meer

Licht en gezondheid

Het licht of de straling van het licht beïnvloedt meer dan alleen ons gezichtsvermogen en waakzaamheid.

Lees meer

 

Vragen en antwoorden over licht

 

Hoe kan ik de verwachte levensduur van een LED-armatuur aflezen?

Volgens norm EN 62717 wordt de verwachte levensduur voor een LED-armatuur weergegeven met L- en B-waarden gevolgd door een bepaalde tijdsduur, die in uren wordt aangegeven. De L-waarde beschrijft hoe hoog de verwachte lichtstroom is in procenten van de nieuwwaarde na een bepaalde tijd. De B-waarde geeft het percentage verwachte uitval in dezelfde periode weer. Hiermee wordt niet bedoeld dat de LEDs helemaal geen licht meer geven, maar dat ze minder licht geven dan in eerste instantie werd gespecificeerd. De L-waarde is de belangrijkste indicator bij lichtplanning, omdat de B-waarde in dat stadium niet is meegenomen.

Voorbeeld:
L90 B10 50.000u = na 50.000 uur produceert het armatuur een lichtstroom die overeenkomt met 90% van de nieuwwaarde, met het risico dat 10% van de LEDs een lagere lichtstroom produceren.

Beïnvloedt het gebruik van Constant Light Output de onderhoudsfactor?

Een armatuur met Constant Light Output (CLO) heeft altijd L-waarde 100%( L100 ) omdat de stroomtoevoer wordt voorgeprogrammeerd en gedurende de levensduur van het armatuur wordt aangepast. Wanneer men de onderhoudsfactor van het armatuur uitrekent is de waarde voor ”Lamp Lumen Maintenance Factor” (LLMF) 1,0. Indien een armatuur bijvoorbeeld L-waarde 70 heeft, wordt de onderhoudsfactor 0,7.

Voor afzonderlijke armaturen is dit verschil niet zo merkbaar, maar voor grotere installaties kan het verschil veel duidelijker zijn.

Hoe weet ik uit welke ”Bins” mijn LEDs komen?

Een LED-module bestaat uit LEDs die worden gekozen uit drie verschillende categorieën ”Bins”: stroom, voorspanning en kleur. De keuze definieert de prijs, beschikbaarheid, efficiëntie en de kleurkwaliteit. Het is niet gebruikelijk dat de fabrikant op productniveau aangeeft uit welke bins de LEDs komen. Als u zeker wilt weten dat u de juiste kwaliteit krijgt, moet u op zoek naar een goede combinatie van lichtstroom (lm), efficiëntie (lm/w) en spreiding in de lichtkleur (SDCM) in plaats van te kijken naar elk afzonderlijk element.

Welke SDCM MacAdam moet ik in mijn project gebruiken?

Dat hangt af van de applicatie en wat er belicht moet worden. Terwijl de schaal relatief beperkt is, is het verschil in kleurspreiding tussen bijvoorbeeld 3 SDCM en 4 SDCM relatief bepalend. De MacAdam-waarden die hieronder zijn aangegeven kunnen als richtlijn worden gebruikt.

  • MacAdam 2 SDCM: Musea, galerieën
  • MacAdam 3 SDCM: Winkels, kantoren, scholen, ziekenhuizen
  • MacAdam 5 SDCM: Buitenomgevingen

Lees meer over MacAdam

Wat is het verschil tussen CRI en TM30?

Het verschil is groot, ook al worden beide gebruikt om te meten hoe goed het licht kleur kan weergeven. De Colour Rendering Index (CRI) baseert zijn interpretatie op 8 verschillende kleuren, terwijl TM30 zich baseert op 99 verschillende kleuren en een aantal verschillende texturen.

TM30 is een technische term, oorspronkelijk uit Amerika, die in een aantal verschillende landen over de hele wereld in gebruik is genomen. Het wordt momenteel echter niet gezien als de wereldwijde norm of standaard. In Europa is CRI nog steeds de methode die wordt gebruikt om vast te stellen hoe goed het licht kleur weergeeft.

Kun je flikkervrije LED-armaturen specificeren?

LEDs geven op zich geen flikkering af. De hoeveelheid flikkering wordt beïnvloed door de kwaliteit van de voeding en het ”rimpeleffect”, of de variaties in de uitgaande stroom van de voeding. Flikkeringen worden ingedeeld in vier verschillende categorieën: zichtbare flikkeringen, stroboscopisch effect en het type flikkeringen dat camera‘s en barcodelezers kan beïnvloeden. De beste methode om zichtbare flikkeringen van LED-armaturen te voorkomen is derhalve om een voeding van hoge kwaliteit te gebruiken. De flikkeringen liggen dan op 1-2%, vergelijkbaar met een T5-armatuur, die immers een elektronische voeding heeft.

Is er een LED-alternatief voor lichtsturing met 1-10 V?

De grote voordelen van een 1-10 V-systeem zijn de eenvoud en de mogelijkheid van een upgrade door bestaande bedrading te gebruiken. Het aantal beschikbare 1-10V-dimmers op de markt neemt af, maar er zijn omvormers van Tridonic die een analoog signaal omzetten naar digitaal, wat het mogelijk maakt om armaturen met DSI in een bestaand 1-10V-systeem te gebruiken. Als de belangstelling uitgaat naar een draaipotentiometer biedt Osram een DALI-controlepaneel MCU aan, waarop u alle armaturen met DALI kunt aansluiten.

Welke overspanningsbeveiliging heb ik nodig?

Voor de meerderheid van armaturen is 6/8 kV meestal voldoende. In gebieden waar het vaak onweert, kunt u de bescherming verhogen tot 10kV door een extra overspanningsbeveiliging (SPD, Surge Protection Device) aan te sluiten tussen het aansluitblok van het armatuur en de voeding. De verplichte veiligheidseisen voor armaturen worden aangegeven in de Europese norm EN60598-1 en van toepassing zijnde deelnormen. De norm luidt: ”Installaties voor overspanningsbeveiliging die extern zijn voor controle en aansluiting op de aarde, mogen alleen worden gebruikt in vaste armaturen en alleen diegene die aangesloten zijn op de aarde.” Binnen deze eisen is het niet toegestaan voor een Klasse II-armatuur met metalen frame om een overspanningsbeveiliging te hebben die met het frame is verbonden. De reden dat dit niet is toegestaan in een klasse II-armatuur is dat de afstand naar de isolatie korter is en niet aan de eisen voldoet en het daarom onveilig kan zijn. Om zeker te weten dat het overeenstemt met de norm moet u een klasse I-armatuur gebruiken.