Bild_Notor_inf1.jpg

Berekening van de verblindingsgraad

De mate van verblinding kan voor installaties binnenshuis worden geschat door een berekening van de verblindingsgraad via de UGR-methode.

Met deze methode komt de eerder geldende berekeningsmethode (de NB-methode) voor de verblindingsgraad te vervallen. De eisen aan verblindingsgraad in EN 12464-1 gelden voor de hoogste gemiddelde waarde voor de verlichting. De UGR-methode (Unified Glare Rating) wordt beschreven in CIE-publicatie nr. 117-1995.

De UGR-verblindingsgraad voor verblinding wordt uitgedrukt met een schaalverdeling die in de praktijk van 13 tot 28 loopt, waarbij de grootste verblindingsgraad voor de sterkste verblinding staat. Het kleinst merkbare verschil in verblindingsgraad is 3.

Om te controleren of bij een bepaalde verlichtingsinstallatie aan de gemiddelde  verblindingsgraad in de standaardtabellen is voldaan, moet de verblindingsgraad worden berekend volgens de zgn. tabelmethode (methode wordt beschreven in CIE-publicatie nr. 117-1995). Deze methode gaat er echter vanuit dat het armatuur symmetrisch in de ruimte is geplaatst en dwars op en langs het armatuur een symmetrische lichtverdeling kent.

De fabrikanten van armaturen moeten de basis/tabelgegevens beschikbaar stellen als een onderdeel van de fotometrische data van het armatuur, zodat de verblindingsgraad van de verlichtingsinstallatie eenvoudig kan worden gecontroleerd.

Toepassingen