fagerhult_blandning1.jpg

EN 12464-1

Sinds 2003 hebben de EU-landen een gemeenschappelijke norm (EN 12464-1) voor lichtplanning van werkplekken. Vroeger omvatte de norm onder andere eisen aan de verlichting van het werkvlak, beeldschermen en de directe omgeving. Op basis van nieuwe bevindingen is de norm herzien en stelt deze nu ook eisen aan de verlichting van plafond en wanden.

Tegelijkertijd moet de verlichting in klaslokalen en collegezalen regelbaar zijn, en voldoen aan de energie-eisen in EN 15193: 2007. Binnen Fagerhult vinden wij dit een stap in de goede richting. Maar om volledig voordeel te hebben van de positieve effecten licht, is meer licht nodig  dan de norm vereit. Hier houden wij dan ook rekening mee in onze lichtplanning.

Verlichting van het werkvlak

De norm vereist een verlichtingssterkte van 500 lux op het werkvlak.

Indirect licht op het plafond (omgevingslicht)

De norm vereist een verlichtingssterkte van minimaal 30 lux en adviseert minimaal 50 lux op het plafond. Om de positieve effecten te bereiken die uit de studies van Fagerhult naar voren komen, adviseren wij een verlichtingssterkte van ca. 300 lux op het plafond.

Verticaal licht op wanden (omgevingslicht)

De norm vereist een verlichtingssterkte van minimaal 50 lux en adviseert minimaal 75 lux op de wand. Op basis van de resultataten uit de onderzoeken van Fagerhult adviseren wij een verlichtingssterkte van ca. 300 lux op de wand.

Cilindrische verlichtingssterkte (in ruimtes waar een goede visuele communicatie vereist is)

Cilindrische verlichtingssterkte is vooral van invloed op de visuele communicatie en de mogelijkheid om gezichten, gebeurtenissen en voorwerpen te interpreteren in het klaslokaal. De norm vereist een verlichtingssterkte van minimaal 150 lux.

 

Toepassingen