fagerhult_healthcare_heroimage5.jpg

Kan goede verlichting tekort aan daglicht compenseren?

Samen met de onderzoekers van de Universiteit van Lund heeft Fagerhult de relatie tussen licht, alertheid, welzijn en prestaties aangetoond.

In 2002 werden er nieuwe bevindingen gepresenteerd die het lichtonderzoek op zijn kop zetten. Een Amerikaans team van onderzoekers had een derde receptor op het netvlies van het oog ontdekt. Deze receptor was de ontbrekende schakel tussen de lichtopening van het oog en ons hormoonsysteem. Daarmee werd wetenschappelijk bevestigd wat we allemaal al wisten: we gaan ons fitter en beter voelen door daglicht. De vraag was alleen of kunstlicht hetzelfde effect heeft. En welk type licht zou in dat geval de grootste betekenis hebben voor ons welzijn? 

Meten van de hormoonspiegels

Fagerhult heeft een reeks verschillende onderzoeksprojecten uitgevoerd, zowel laboratorium- als praktijkstudies. Sinds 2005 werken we samen met de Universiteit van Lund en met Torbjörn Laike, die internationaal bekend is vanwege zijn onderzoek naar de niet-visuele effecten van licht op de mens. De Zweedse Energieautoriteit heeft een financiële bijdrage geleverd aan de studies, omdat deze van groot algemeen belang worden geacht.

Visueel, biologisch en emotioneel

In de verschillende studies hebben we onderzocht hoe de proefpersonen visueel, biologisch en emotioneel reageren op verschillende lichtniveaus en op het lichtspectrum. Hoe kunnen ze hun visuele taken hanteren, hoe reageren ze hormonaal en hoe ervaren ze de verlichting puur gevoelsmatig? De cortisolmetingen waren een belangrijk element, omdat deze de productie van het alertheidshormoon rechtstreeks aan de lichtniveaus hebben kunnen koppelen.

Het belangrijke omgevingslicht

De resultaten tonen aan dat wat we omgevingslicht noemen, dat wil zeggen verticaal licht op wanden en plafond, van groot belang is. Dat komt doordat ons oog gewend is aan een groot percentage verticaal licht, vanuit de hemel. Direct licht op het oog kan leiden tot verblinding, doet de pupil samentrekken en beperkt dus de opname van licht.

Voel je het beste bij omgevingslicht van circa 100 cd/m2

De studies laten zien dat mensen het fitst zijn, zich beter voelen en het beste werken bij een omgevingslicht van circa 100 cd/m². Door een praktijkstudie, uitgevoerd op een basisschool in Londen in 2009, konden we feitelijk constateren dat omgevingslicht van circa 100 cd/m² de prestaties, de oplettendheid en het welzijn van de leerlingen verbeterde.

We worden dus positief door licht beïnvloed, ook al is het kunstlicht. Maar natuurlijk is een combinatie van een goede daglichtinval en goede verlichting het allerbeste – niet in de laatste plaats vanuit energieoogpunt!

Lees meer over het onderzoek waaraan Fagerhult heeft deelgenomen:

  • Preferred luminance distribution in working areas – T. Govén et al 2002.
  • The background luminance & colour temperatures influence on alertness & mental health – T. Govén et al 2007.
  • The influence of ambient light on the performance, mood, endocrine system and other factors of school children – T. Govén et al 2011.
  • The impact of lighting controls on energy consumption of lighting in classrooms – T. Govén et al 2011.
  • The experience of ambient light from common light sources with different spectral power distribution – Light emitting diodes (LED) vs. 3-phosphorus fluorescent tubes (T5) – T. Govén et al 2012.

Toepassingen